Inspiratie voor deze potentieloze blogjesschrijver

“I was so much older then; I’m younger than that now.” 

Dat schijnt heel menselijk te zijn: dat je pieken en dalen in je leven hebt. Bij artiesten, kunstenaars en sporters herken je het ook: hun topperioden en de fasen van naarstig zoeken naar inspiratie en vorm. 

Zelfs ik heb dat – met het schrijven van deze fietsblogjes. Waar moet ik het in hemelsnaam over hebben? In wezen is alles al gezegd. En tegenwoordig komt daar ook nog bij dat je moet oppassen met wat je zegt. Het is zwart en wit… maar alles is ook heel erg zwart-wit. Elk woordje wordt in de publieke arena gewogen, uit de context gehaald of verbonden met bedoelingen waarvan je zelfs niet wist dat je dat bedoelde. Het is een mijnenveld waarin je loopt als schrijver, met alle teergevoelige zieltjes om je heen. Ik zou zeggen: ga de verzamelde werken van markies De Sade eens lezen. Het is dus zoeken voor me. Mag ik nu wel schrijven dat Hjalmar, de ongekroonde Koning van de Coursss-mannen, een ‘drie-dubbel doorgedraaide mannetjesputter’ is of niet? En Roel een ‘gemankeerde wielergod op twee wielen’? En dan heb ik het nog niet eens over de ‘potentieloze pedaalridder Peter’… Is dit nu waarheid, dichterlijke vrijheid, een belediging of fakenews? Snapt u het dilemma van deze blogjeschrijver, ik kan het gewoon nooit meer goed doen. 

The Glimmer Twins

En dan is daar nog het grootste probleem: durf ik eigenlijk wel te schrijven wat ik wil schrijven? Elke schrijver en fietser zoekt toch ook een beetje het avontuur; even los van de welbekende paden. Gosh, wat ging ik snel. Gosh, wat heb ik afgezien. Gosh, ik reed ze er allemaal van af.  Dan ga je zaken schrijven als: Peter zat weer gigantisch aan kop te sleuren. Ik moest werkelijk alles uit de kast trekken om in zijn wiel te blijven. Mijn benen begonnen werkelijk te kraken. En net op dat moment demarreerden Roel en Hjalmar, bij iedereen bekend als de verschrikkelijke glimmer twins. Er viel een gat, Peter kon hun splijtende demarrage niet beantwoorden. In mijn hoofd flitste maar één gedachte: de dood of de gladiolen. Het snot stroomde in slierten uit mijn neus, mijn longen stonden op barsten en mijn benen leken losgesneden van mijn lichaam… maar ik kwam in hun wiel. En ik zag de angst in hun ogen, toen ze omkeken en me zagen. Bij de eerste beste heuvel was het verder een fluitje van een cent voor me om ze uit het wiel te rijden. Lachend kwam ik over de finish. Als drie wrakken kwamen de Coursss-mannen een hele tijd daarna over de finish. Ik kon op dat moment maar een ding denken: losers.

Ja, dat is best leuk, dat soort live-coursss-verslagen. Maar ik wil toch wat meer avontuur… wat meer verrassing en wat meer ruimte voor het onalladaagse. Heeft u toevallig onlangs het interview gezien van Adriaan van Dis met de Israëlische historicus-filosoof Yuval Harari? In zijn boek Homo Deus verwoordt hij zijn visie dat de individualiteit zo ver is doorgedrongen dat de mens zelf God geworden is. En om een goede God te kunnen zijn, is het van belang, volgens Harari, dat je je als mens alle kanten van jezelf ontdekt, de zichtbare en onzichtbare. En verder schrijft hij: ‘…in 2050 is de menselijke natuur niet langer de grote constante van de geschiedenis en van onze lichamen. Verlangens en emoties zijn nu op maat gemaakte designer products.’ En‘…in 2050 is geluk nog altijd ongrijpbaar, want ook al kunnen we de lichamen en hersenen van mensen manipuleren, we begrijpen nog steeds weinig van hoe de menselijke geest in elkaar steekt.’ Als ik dit lees, kan ik alleen naar denken: hoe word ik van potentieloze blogjeschrijver een goddelijke blogjesschrijver? Ik ga op fietstocht. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s